Interventies – ‘Rijk, zorgvuldig geschreven en prikkelend’

Interventies van Loek Schoenmakers en Arienne van Staveren verkent wat interveniëren betekent in complexe en voortdurend veranderende praktijken. Het boek kiest nadrukkelijk voor een relationele en systeemtheoretische benadering, waarin onderzoeken, leren en veranderen samenkomen. In zijn recensie gaat Charles Engelen in op de betekenis en reikwijdte van dit studieboek.

Charles Engelen | 18 december 2025 | 4-6 minuten leestijd

In Interventies – Voor onderzoekers, veranderaars en vernieuwers presenteren Loek Schoenmakers en Arienne van Staveren een rijk en doordacht perspectief op interveniëren in complexe praktijken. Het boek richt zich op (beginnende) professionals die niet in of bij een ‘lijdend voorwerp’ verandering willen ‘realiseren’, maar die willen begrijpen wat het betekent om in voortdurend veranderende systemen betekenisvolle stappen te zetten en daarin, met denken én doen, bij te dragen.

Het boek bestaat uit twee delen. Ongeveer een derde benutten de auteurs om de theoretische basis helder te maken; de overige twee derde gebruiken ze om een zeer uitgebreide en gevarieerde schatkist aan interventies te laten zien. Uit het haast onbeperkte aanbod van beschikbare interventies hebben ze er 48 gekozen en geordend in zes clusters.

Interventies zijn relationeel

Niet onderzoeken vóór belanghebbenden, maar mét hen. Deze relationele benadering sluit aan bij de realiteit van veel veranderopgaven, die gekenmerkt worden door complexiteit, ambiguïteit en meervoudigheid. In zulke contexten werkt het niet om interventies te beschouwen als van buitenaf toepasbare methoden die een voorspelbaar resultaat opleveren. De auteurs nodigen de lezer uit om te kijken naar de betekenis die interventies krijgen in interactie: wie voelt zich aangesproken, wie krijgt eigenaarschap, welke stemmen worden gehoord of juist niet? Dit wordt verder benadrukt door het werken met generatieve vragen (divergerend, toekomstgericht) in plaats van probleemgeoriënteerde vragen (convergerend, oplossingsgericht).

Ze kiezen nadrukkelijk voor een systeemtheoretische benadering: geen recepten of afvinklijstjes, en dat benadrukken ze op meerdere plaatsen in het boek. Interventies zijn geen instrumenten of kant-en-klare oplossingen, maar relationele, reflectieve handelingen die pas betekenis krijgen in interactie met de betrokkenen. Interveniëren is altijd ingebed in een web van relaties, belangen en machtsdynamieken.

Woorden doen ertoe

Maar toch: de praktische grondigheid waarmee de 48 interventies zijn uitgewerkt, maakt het verleidelijk om er toch ‘gewoon’ mee aan de slag te gaan. Ik kan me voorstellen dat dit (beginnende) veranderaars op het verkeerde been zet. Eerst moet je goed begrijpen dat het hier niet gaat om universeel toepasbare tools, maar die worden vervolgens wel gepresenteerd op een manier die die indruk kan wekken.

Voor liefhebbers van taal is de zorgvuldige woordkeuze een plezier. ‘Woorden doen ertoe’, zeggen de auteurs, en daar houden ze consequent rekening mee. Zo spreken ze bijvoorbeeld niet van ‘verankeren’ (wat toch van buiten-naar-binnen denken suggereert), maar van ‘normaliseren’ (wat uitgaat van een beweging van binnenuit).

Onderzoeken, innoveren en leren

Een belangrijke bijdrage van het boek is de manier waarop het de klassieke driedeling tussen onderzoek, innovatie en leren doorbreekt. Waar deze drie domeinen in veel organisaties nog steeds apart georganiseerd zijn – onderzoek in een kenniscentrum, innovatie in een project, leren in een training – laten Schoenmakers en Van Staveren zien dat effectieve verandering juist ontstaat wanneer deze praktijken in elkaar grijpen.

Innoverend onderzoek, zoals zij dat noemen, is zowel analyserend als handelend: het levert inzichten op én zet beweging in gang. Leren staat niet naast de interventie, maar ís de interventie. En innovatie is niet de output van een project, maar een collectief proces waarin nieuwe praktijken ontstaan door dialoog en experiment. Voor professionals die gewend zijn aan lineaire ontwikkelprocessen is dit een noodzakelijke, maar ook uitdagende verschuiving.

De professional als medeontwerper

Een ander belangrijk punt is de rol van de professional. De auteurs schetsen de veranderaar of onderzoeker niet als buitenstaander die een verandering ‘begeleidt’, maar als medeontwerper van situaties die verandering mogelijk maken. Dat vraagt om vakmanschap dat verder gaat dan methodische kennis: sensitiviteit, reflectievermogen, het kunnen hanteren van onzekerheid en het navigeren tussen rollen – van onderzoeker tot facilitator, van kritische spiegel tot deelnemer.

Deze positionering is inspirerend, maar ook veeleisend. Het boek maakt helder dat interveniëren een ambacht is dat niet gereduceerd kan worden tot procedures of stappenplannen. Tegelijkertijd erkennen de auteurs dat juist deze onzekerheid veel professionals kan afschrikken, zeker degenen die behoefte hebben aan duidelijke kaders.

Praktische waarde en beperkingen

Interventies biedt vooral conceptualiserend houvast: het maakt inzichtelijk hoe interventies ingebed zijn in complexiteit en relationele dynamiek. Wat het logischerwijs minder biedt, zijn concrete handelingsrepertoires. De auteurs positioneren hun werk nadrukkelijk niet als receptenboek, maar voor sommige lezers kan het ontbreken van praktische checklists, methodieken of systematische evaluatiekaders als een gemis worden ervaren. Je krijgt principes, reflectievragen en denkrichtingen – vaak ook heel concreet – maar het is niet bedoeld als uitgewerkt stappenplan voor ontwerp of uitvoering.

Interventies is een zeer degelijk studieboek, congruent met de boodschap. Voor startende beroepsbeoefenaren biedt het een fundamentele basis voor het werken met verandering. Voor meer ervaren veranderaars fungeert het enerzijds als naslagwerk en anderzijds als rijke bron van reflectie op het eigen handelen. Hoewel ik zelf al lange tijd in de veranderpraktijk werk, werd mijn referentiekader opnieuw en op een prettige manier opgerekt door de in dit boek gepresenteerde benaderingen. Voor zowel starters als ervaren professionals gaat het om theorie die je tot je kunt nemen, maar die pas echt relevant wordt door handelen in de praktijk – precies wat de auteurs beogen met hun boodschap over onderzoeken en veranderen.

Gevarieerd palet

In het deel waarin de interventies worden behandeld, vinden we een rijk en zeer gevarieerd palet aan benaderingen, die met meer of minder moeite passend te maken zijn voor verschillende contexten. De auteurs presenteren eigen interventies, maar we komen ook veel oude bekenden tegen, zoals Weisbord, Bennebroek, Argyris, Morgan, Choy en Spanjersberg.

Interventies is een rijk, zorgvuldig geschreven en prikkelend boek dat professionals uitnodigt om hun eigen rol, aannames en handelingsrepertoire opnieuw te doordenken. Voor veranderaars, onderzoekers en vernieuwers die in complexe praktijken werken, is dit een betekenisvolle gids: niet om te volgen, maar om mee te denken.

Grip op groepsdynamiek – Praktische gids voor wie met groepen werkt

Recensie

In Grip op groepsdynamiek laat Jan de Vuijst zien hoe processen onder de oppervlakte vaak bepalender zijn dan afspraken en procedures. Met theorie én praktijkvoorbeelden biedt hij begeleiders en leiders handvatten om beter met teams om te gaan.

Charles Engelen|3-4 minuten leestijd

In Grip op groepsdynamiek richt Jan de Vuijst zich primair op de professionele begeleider van groepen en teams, zoals hij er zelf een is. Dat kunnen leidinggevenden zijn, zoals hij zegt, maar ik denk dat het meer tot zijn recht komt in de handen van begeleiders zoals teamcoaches en procesbegeleiders.

Het boek biedt een overzicht van de belangrijkste principes en achterliggende theoretische concepten van groepsdynamica, met aandacht voor thema’s als leiderschap, macht en invloed, loyaliteit, subgroepen en rolverdeling.

De Vuijst legt helder uit hoe onderliggende processen (in de onderstroom) vaak belangrijker zijn dan expliciete afspraken of procedures (in de bovenstroom). Theorie uit de sociale psychologie en organisatiekunde wordt gecombineerd met herkenbare praktijkvoorbeelden. De insteek is nadrukkelijk praktisch: Grip op groepsdynamiek wil inzicht geven dat direct toepasbaar is in de dagelijkse praktijk van leiders en begeleiders van groepen en teams.

Vier delen

Grip op groepsdynamiek bestaat uit vier delen. In het eerste deel neemt hij ons mee in een vogelvlucht over het thema groepsdynamiek. Wat is het, waar komt het vandaan, hoe zit het in elkaar? Belangrijke practitioners en schrijvers als Bion (basic assumption groups), Reich (karakterstructuren), Hofstede (culturele verschillen), Graves (groepsculturen) en Rock (SCARF) komen voorbij.

De Vuijst slaagt erin om al die toch behoorlijk gecompliceerde concepten in iets meer dan vijftig pagina’s te behandelen. In grote lijnen natuurlijk, maar ik vind het een zeer geslaagde poging. Deel 1 is een vlot geschreven inleiding in de groepsdynamica en de belangrijkste daarin ontwikkelde concepten. De Vuijst geeft veel literatuurverwijzingen in voetnoten.

Modellen en interventies

In deel 2 behandelt De Vuijst onder de titel ‘Groepsdynamiek. Aan de slag’ een aantal modellen en interventies die bij groeps- en teambegeleiding gebruikt kunnen worden. Hier behandelt hij het teamprestatiemodel van Katzenbach en Smith, geïllustreerd met interventies die in verschillende fasen ingezet kunnen worden. Verder komen in dit deel Tuckman (teamfasen) en Lencioni (de piramide) uitgebreid aan de orde, en hij sluit af met het Thomas- en Kilmann-conflictmodel. Allemaal voorzien van diverse interventies.

De delen 1 en 2 vind ik beide conceptueel van aard en zij omvatten driekwart van het boek. Het tweede deel bevat interventies bij de concepten. Dat had in het eerste deel net zo goed gekund. Nu is er een onderscheid tussen beide delen dat mij wat kunstmatig voorkomt.

Ik ben blij met de waarschuwing die De Vuijst geeft aan het eind van dit deel: de kaart is niet het landschap. Groepen houden zich niet aan de theorie; de beschreven modellen zijn niet ván, maar vóór de werkelijkheid.

begeleidingstraject

In deel 3 doorloopt De Vuijst in ruim twintig pagina’s het verloop van een begeleidingstraject van het eerste contact tot de afronding. In wezen is dit een professionele reflectie op zijn begeleidingswerk, die uitnodigt tot reflectie op de eigen begeleidingspraktijk. Zoals wel vaker in dit soort beschrijvingen wordt het een wat glimmend verhaal, dat mogelijk inspirerend kan zijn voor collega-begeleiders.

In het vierde deel behandelt hij een aantal casussen, die aansprekende werktitels meekrijgen, zoals: ‘een dodelijke omhelzing’‘liever lui dan moe’. De beschrijvingen zijn zeer toegankelijk geschreven, je ziet het als het ware gebeuren. Wat mij betreft vooral aardige illustraties van het voorafgaande.

De begeleider zelf

Het laatste stuk van het boek, ‘Tenslotte’, gaat over de begeleider zelf en is belangrijk om te lezen. De Vuijst geeft vanuit zijn jarenlange ervaring een aantal overwegingen mee die de begeleider goed kan gebruiken. Het gaat over voorbereiding, zelfreflectie, veiligheid en dergelijke. Zeer relevant om kennis van te nemen en ‘in de achterzak’ mee te nemen in het begeleidingswerk.

Grip op groepsdynamiek is wat speels vormgegeven. Elke bladzijde staat in een groen kader en er zitten veel stripfiguurachtige afbeeldingen in. Hoewel grafisch goed gedaan, vind ik het te speels voor de beschreven thematiek. Ik had bij de eerste aanblik eigenlijk geen zin om het te lezen, en nu achteraf ben ik blij dat ik het toch gedaan heb.